Beleggingen spreiden over meerdere brokers: onzin of noodzaak?

Beleggingen spreiden over meerdere brokers: onzin of noodzaak?

Het is misschien wel de ergste nachtmerrie van een belegger. Je hebt jarenlang je zuurverdiende centjes geïnvesteerd, en plotseling gebeurt het ondenkbare: de bank of broker waarbij je alles hebt gestald (beleggingen spreiden doe je namelijk niet aan) gaat failliet. Je ziet in deze nachtmerrie het opgebouwde vermogen in rook opgaan.

Als je bezig bent met beleggingen, heb je vast wel eens over dit scenario nagedacht. Om te voorkomen dat je bij een faillissement van een bank of broker het gehele vermogen kwijtraakt, lijkt er maar één optie te zijn: je moet jouw beleggingen spreiden over meerdere aanbieders.

Vragen over het spreiden van beleggingen zie ik vaak gesteld worden door vooral beginnende, maar ook ervaren beleggers. Daarom zal ik in dit artikel uitleggen wat er gebeurt bij een faillissement van je broker, en of het daadwerkelijk zin heeft om je beleggingen te spreiden.

Vallen beleggingen onder het depositogarantiestelsel?

Omdat veel mensen hier wel eens iets over hebben gehoord, wordt er bij het faillissement van een beleggingsinstelling vaak eerst gekeken naar het depositogarantiestelsel (DGS).

Via het depositogarantiestelsel worden de spaartegoeden van Nederlanders tot €100.000 per bank gegarandeerd. Wanneer bijvoorbeeld de Rabobank ten onder gaat, krijgt iedere getroffen klant tot maximaal €100.000 van zijn daar gestalde spaargeld terug.

Beleggers gaan er vaak van uit dat hun beleggingen bij een bank of broker ook onder het depositogarantiestelsel vallen. Dit is niet het geval, aangezien alleen spaargelden (en dat zijn beleggingen niet) worden gedekt door het depositogarantiestelsel.

Bij het depositogarantiestelsel kun je als belegger dus niet terecht. Je wordt echter wel doorverwezen naar het volgende loket: het minder bekende beleggerscompensatiestelsel.

Het beleggerscompensatiestelsel als eerste vangnet

Wanneer jouw beleggingen bij een faillissement van een bank of broker verloren gaan, kun je allereerst aankloppen bij het beleggerscompensatiestelsel (BCS).

Het beleggerscompensatiestelsel garandeert een maximaal bedrag van €20.000 per persoon per instelling. Het beleggerscompensatiestelsel is daarmee een stuk soberder dan het depositogarantiestelsel.

Aangezien veel beleggers op de lange termijn een aanzienlijk groter vermogen zullen opbouwen, lijkt €20.000 slechts een druppel op de gloeiende plaat. Het spreiden van je beleggingen over verschillende instellingen klinkt dan ook steeds meer als een goed idee.

Moet je dan alle beleggingen spreiden boven de €20.000?

Stel dat je belegt voor een vervroegd pensioen, en je hebt hiervoor een groot vermogen opgebouwd van €500.000. Moet je dan op zoek naar 25 verschillende beleggingsinstellingen om per stuk €20.000 bij te parkeren, zodat je volledig door het beleggerscompensatiestelsel gedekt wordt?

Gelukkig niet. Als banken en brokers zich aan de regels houden, zul je namelijk nooit gebruik hoeven te maken van het beleggerscompensatiestelsel.

Een beleggingsinstelling is namelijk verplicht om de beleggingen van klanten gescheiden te houden van het eigen vermogen. Omdat de beleggingen moeten worden ondergebracht in een aparte bewaarinstelling, vallen deze niet onder de boedel van de beleggingsinstelling wanneer deze failliet gaat.

Wanneer deze verplichte vermogensscheiding door de betreffende beleggingsinstelling op de juiste manier wordt toegepast, blijf je als belegger altijd zelf eigenaar van jouw aandelen. Ook na een eventueel faillissement.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) controleert of beleggingsinstellingen zich goed aan deze regel houden, en kan bij overtredingen dwangsommen opleggen. Dit gebeurde onlangs bij broker De Giro, die in het verleden de vermogensscheiding niet goed op orde bleek te hebben.

Als alles volgens de regels verloopt is je belegde vermogen dus altijd veilig, maar zoals het voorbeeld van De Giro hierboven laat zien is dit wel iets om in de gaten te houden.

Wanneer toch je beleggingen spreiden?

Voor de meeste beleggers is het spreiden van je investeringen over verschillende beleggingsinstellingen niet nodig. Zolang je onder de €20.000 aan belegd vermogen hebt valt dit sowieso onder het beleggerscompensatiestelsel, waardoor je volledige inleg gegarandeerd is.

Ook grotere vermogens zijn – mits alle regels worden nageleefd – veilig wanneer dit bij een betrouwbare partij belegd is. Er zijn echter een aantal redenen waarom je toch kunt overwegen je beleggingen te spreiden.

Allereerst kun je er natuurlijk niet 100% op vertrouwen dat jouw bank of broker de verplichte vermogensscheiding goed toepast. Hoewel dit streng wordt gecontroleerd, zijn er altijd partijen die zich niet aan alle regels houden. Zelf heb ik er vertrouwen in dat dit bij grote Nederlandse beleggingsinstellingen (bijvoorbeeld de grootbanken) goed op orde is, maar bij kleine of nieuwe partijen zou ik hier toch waakzamer voor zijn.

Ook wanneer een beleggingsinstelling zich wel aan de regels houdt, kan een faillissement overlast geven voor beleggers. Het kan een aantal dagen duren voordat je weer bij je beleggingen kunt. Door beleggingen te spreiden over verschillende brokers, kun je voorkomen dat je tijdelijk niet bij je geld kunt.

Als laatste kun je beleggingen spreiden omdat je belegt voor verschillende doeleinden. Zo heb ik zelf het grootste deel van mijn vermogen geïnvesteerd in goede indexfondsen bij één van de grootbanken, en de rest via een fiscaal voordelige pensioenrekening bij Brand New Day.

Deel dit artikel:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *