Risico en rendement: aandelen, obligaties en spaargeld

Risico en rendement: aandelen, obligaties en spaargeld

De gemiddelde Nederlander zit momenteel met een financieel dilemma. Hij heeft aardig wat vermogen opgebouwd, maar weet niet wat hij met dit geld aan moet. Op een veilige spaarrekening ontvang je vrijwel geen rente, maar de beurs wordt als te risicovol gezien. Risico en rendement gaan (helaas voor deze gemiddelde Nederlander) hand in hand.

Er bestaat niet zoiets als een hoogrenderende investering zonder risico. Wanneer iemand je deze investering toch probeert te verkopen moet je hard de andere kant op lopen.

Het is voor een gezonde financiële toekomst erg belangrijk om de relatie tussen risico en rendement goed te begrijpen.

Advertentie


Risico en rendement van aandelen, obligaties en spaargeld

Professor Aswath Damodaran van de NYU heeft de rendementen van aandelen, obligaties en spaargeld van 1928 tot en met 2019 verzameld in een handig overzicht. Deze gegevens zijn door Ben Carlson van A Wealth of Common Sense omgezet in de onderstaande grafiek. Hierin worden de verschillen in risico en rendement tussen aandelen, obligaties en spaargeld mooi duidelijk.

We zien hier het beste, het slechtste en het gemiddelde rendement van de verschillende investeringen per kalenderjaar.

Voor de aandelen werd gekeken naar de toonaangevende S&P 500 index. De obligaties zijn 10-jaars Amerikaanse staatsobligaties en de categorie geld bestaat uit korte-termijn treasury bills.

Wat zegt deze grafiek over risico?

Het moge duidelijk zijn dat aandelen verreweg de meest risicovolle investering zijn. Binnen een kalenderjaar verloor de aandelenindex maar liefst 43.8% van zijn totale waarde. Het beste rendement is met 52.6% in één jaar net zo spectaculair.

Deze volatiliteit is iets waaraan je als belegger moet wennen. In ongeveer 70% van de kalenderjaren verloor óf won de aandelenindex meer dan 10% van zijn waarde. Rustige jaren op de beurs zijn daarmee redelijk zeldzaam.

Veel minder volatiel zijn obligaties. Deze verloren slechts in één kalenderjaar (2009) meer dan 10%.

Spaargeld heeft sinds 1928 nooit een negatief rendement gezien en is daarmee de veiligste optie.

Extra risico nemen: levert het wel genoeg op?

Uit de gegevens blijkt dat de afgelopen 92 jaar gemiddeld de volgende rendementen werden behaald:

  • Aandelen: +9.7% per jaar
  • Obligaties: +4.9% per jaar
  • Spaargeld: +3.4% per jaar

Het lijkt erop dat je ook prima rendementen kunt halen met veilige investeringen zoals obligaties en cash. Is het extra risico dat je loopt met aandelen het dan wel waard?

Het antwoord is ja.

Er moet allereerst rekening worden gehouden met de inflatie. Deze geldontwaarding bedroeg in de periode tussen 1928 en 2019 gemiddeld 3% per jaar. Deze kun je direct aftrekken van het bruto rendement om tot het werkelijke rendement te komen. Daarmee kom je uit op het volgende:

  • Aandelen: +6.7% per jaar
  • Obligaties: +1.9% per jaar
  • Spaargeld: +0.4% per jaar

Nu zijn de werkelijke verschillen tussen de prestaties van aandelen, obligaties en spaargeld duidelijker te zien.

Stel: je hebt op jonge leeftijd eenmalig €10.000 ingelegd en laat dit 50 jaar staan in één van de investeringen. Hoeveel heb je dan uiteindelijk opgebouwd?

  • € 255.989 met aandelen
  • € 25.628 met obligaties
  • € 12.209 met spaargeld

Het wonderbaarlijke effect van rente op rente op de lange termijn wordt maar weer eens duidelijk: met aandelen heb je letterlijk tienmaal zoveel vermogen opgebouwd dan met obligaties.

Advertentie


Alles dan maar in aandelen?

Wanneer je het geld voor de langere termijn kunt missen, is het investeren in aandelen de verstandige keuze.

Geld dat bestemd is voor je (vervroegde) pensioen heeft meestal een langere tijd om te herstellen van een eventuele crash op de beurs, waardoor je hiermee wat meer risico kunt nemen. Dit extra genomen risico leverde historisch gezien een flink hoger rendement op.

Persoonlijk heb ik mijn pensioenrekening bij Brand New Day voor 100% in wereldwijde aandelen belegd. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat dit geld nog 30 tot 40 jaar vast staat. Naarmate je dichter bij de AOW-leeftijd komt, zou je het risico kunnen afbouwen door obligaties toe te voegen.

Wanneer je verwacht je geld op de kortere termijn nodig te hebben, is het vaak verstandig om niet (of minder) in aandelen te beleggen.

Deel dit artikel:

Leestips

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *